Als ik dit begin te schrijven ben ik net een paar dagen thuis van weer een iets ‘verlengde’ ziekenhuisopname.
In mijn vorige artikel ‘Operatie’ heb ik de aankondiging al gemaakt, met daarin ook de terugblik naar de vorige grote operatie in 2017.
Nu zal ik proberen van deze 2e grote operatie een verslag te maken, compleet met alles er omheen wat ik hierbij van belang vind.
Maar omdat ik op dit moment nog herstellende ben van een complicatie weet ik niet of dit het enige verslag zal zijn. 2.0 dus – met ruime mogelijkheden om aan te vullen. 😉
Euforie
Laat ik direct beginnen met het goede nieuws.
Want dit keer ging het in beginsel allemaal wel heel anders dan de vorige keer.
Toen heb ik 4 dagen buiten kennis op de IC gelegen om daarna lang en moeizaam door een aantal ‘delirium-dagen’ heen te moeten herstellen, waarna er nog een koortsaanval optrad…
Nu:
Dinsdag 10 december lag ik om 8.00 uur al op de operatietafel en mocht ik mijn Avontuurlijke chirurg weer succes wensen met zijn werk.
Tegen 12.00 uur werd ik wakker… netjes in de ‘verkoeverkamer’ (uitslaapkamer) waar ik na wakker worden direct werd verblijd met een waterijsje (keuze peer of raket) wat ik graag accepteerde. Ik voelde me goed en was direct volledig bij zinnen.
We maakten al grapjes over wie van de patiënten nu het eerst opgehaald zou worden: de tegenover mij liggende patiënte of ik. Zij leek het te worden maar toen kwamen toch mijn ophalers eerder en vertrok ik ‘juichend’ naar de afdeling.
Daar mocht ik direct alles eten en drinken en ik kreeg de indruk dat alles boven verwachting snel en goed was gegaan.
Ik lag nog wel vast aan een katheter zodat ik er niet uit moest om te plassen. Die mocht er eventueel al af maar voor 1 dag vond ik dit wel makkelijk, zodat ik me daar niet druk over hoefde te maken.
Verder had ik geen ‘lijntjes’ zoals infusen, alleen een ‘drain’ van de wond zodat eventueel nog stromend bloed opgevangen werd.
De wond:
Zoals ik in mijn vorige artikel ‘Operatie’ al schreef ging ik eigenlijk primair voor een operatie aan de liesslagader. Maar mogelijk zou Avontuur ook mijn been nog behandelen…
Nou… Er zat inderdaad een wond in de liesstreek (inderdaad een korte van zo’n 5 a 10 cm) maar de grootste ‘jaap’ zat toch in mijn dijbeen vanuit de lies ongeveer 20 cm (!) naar beneden!
Hij was dus inderdaad verder gegaan en ook een flink stuk van mijn bovenbeenader bleek vervangen door een kunststof exemplaar.
Alle standaard controles waren geweldig: bloeddruk, zuurstof, temperatuur.
Ook kwamen ze geregeld langs met zo’n echo-apparaatje waarmee de hartslag kan worden gemeten in de bloedbaan. Het was even zoeken maar in mijn voet was steeds een duidelijke hartslag hoorbaar dus de doorstroming (door de nieuwe aderen) was goed.
Dag 2 – woensdag 11 december – ging de katheter eruit en ging ik me meer bewegen.
Feitelijk was ik nauwelijks beperkt in mijn bewegingen doordat ik dit keer niet zo lang plat had gelegen waardoor de spieren weer opnieuw moesten gaan ‘werken’.
Voorzichtig (want natuurlijk wel last van de wond) kon ik prima lopen.
Ik slikte paracetamol tegen de pijn en dat hielp redelijk.
Op deze 2e dag kwam al een fysiotherapeut langs om te zien hoe goed ik uit de weg kon.
Zelfs de looptest door de gang en een trap op en af ging goed!
Nog wel onder controle en niet te veel spanning op het rechterbeen waar de wond natuurlijk goed moet genezen.
De euforie werd compleet toen de verpleegkundigen en (assistent-) artsen me de geweldige prognose gaven dat ik misschien… morgen al wel naar huis zou kunnen!
Avontuur zelf was ook al twee keer langs geweest en hij was tevreden met alle resultaten.
Zou ik nu dus al na amper 3 dagen ziekenhuisopname naar huis mogen?
Toen kwam Dag 3 – donderdag 12 december.
Voor de afdeling stond ik principe al op de lijst van ‘ontslag’.
Als alles zo goed bleef gaan.
En toen…
Kreeg ik koorts.
In de loop van de dag voelde ik dat ook. Het lichaam ging gloeien.
Verder voelde ik nog steeds goed…
En door de ervaring van de vorige keer, waarbij ze niets bijzonders hadden gevonden en me uiteindelijk na een paar dagen lieten gaan met antibioticatabletten, hoopte ik dat het nu ook weer met een sisser af zou lopen.
Maar dit keer was het anders.
Mijn bovenbeen begon op te zwellen en er was duidelijk een rode gloed zichtbaar als teken dat daar iets zat te broeien.
Uiteraard volgden bloedtesten en kreeg ik direct een antibiotica infuus.
Hier bleek een heuse bacterie aan het werk. Dat was in de bloedwaarden ook gezien.
De euforie was afgelopen… Voorlopig mocht ik nog niet weg.
Ziekenhuisfabriek
Vanaf het moment dat ik realiseerde dat het nu een kwestie van afwachten was tot de koorts zou gaan dalen, wist ik dat mijn geduld op de proef gesteld zou worden.
De eerste dagen voelde ik er niet veel van; door de snelheid dat alles was verlopen en de aanvankelijke euforie dat ik zo snel al weer weg zou mogen, had ik me nergens druk over gemaakt.
Nu werden de dagen allemaal zonder uitzondering een simpel ‘beleven’ of ‘overleven’ van de dagelijkse routine. En ik vind dat niet leuk.
Ik heb – zoals de lezer misschien bekend – de akelige eigenschap dat ik (bijna) alles zie en ook wel wil zien, om te weten wat er om me heen gebeurt. Niet alleen wat mij aangaat maar ook alle ‘bewegingen’ om me heen.
En dan is een ziekenhuis gewoon net een fabriek…
De hele dag lopen verpleegkundigen, artsen, schoonmakers, hulpen voor het eten en drinken, patiënten, bezoekers, technici en andere mensen van velerlei pluimage door elkaar heen te rennen om hun stukje van het (zorg-) takenpakket of hun reden van bezoek aan de afdeling af te werken.
Dit is zo chaotisch dat het een wonder is dat er geen ‘ongelukken’ gebeuren.
Er gaat ook geregeld wat mis natuurlijk want die ene verpleegkundige komt misschien even op een belletje af van een patiënt die naar de wc wil maar gaat weg met diverse andere vragen, die zij (soms hij) niet altijd kan onthouden.
En hoewel het natuurlijk meestal goed gaat: er moeten ook altijd wel mensen te lang wachten en er worden patiënten boos omdat ze denken niet (goed) geholpen te worden.
Op een groep van zo’n 20 patiënten staat echter maar 1 dienstdoende verpleegkundige, 1 assistent en soms een stagiaire. Wat betekent dat je soms 3 dames aan je bed hebt, of soms te lang moet wachten tot er eens eentje opdaagt…
Chaos.
En dat vermoeit me.
Thuis heb ik me inmiddels goed leren afschermen van (af en toe) te veel prikkels door even iets anders te gaan doen en mijn aandacht te verleggen.
Maar in het ziekenhuis kan ik dan geen kant op en er is niets wat dan voldoende afleidend werkt.
Ik blijf dus alles zien en horen en bij grote drukte werkt dat als een moker op mijn gemoed…
De eerste paar dagen lag ik op een 2-persoonskamer, wat soms redelijk wat rust en privacy opleverde. Maar daarna werd ik verhuisd om reden dat ze graag bepaalde doelgroepen wilden concentreren in bepaalde kamers en toen lag ik de rest van de opnameduur in een 4-persoonskamer.
Met de meeste kamergenoten maak je dan een beetje contact omdat praten met elkaar soms helpt door het gedeelde (lief en) leed…
Veel tijd om elkaar goed te leren kennen was er echter niet want het was toch vooral een ‘doorgangshuis’ van mensen die slechts 1 nacht behoefden te blijven en dan naar huis mochten.
Zo kwamen er een stuk of 4 patiënten met galstenen voorbij, nierstenen en andere (spoed-) operaties die na een nachtje uitrusten weer weg mochten.
Alleen 2 vrouwen bleven uiteindelijk liggen en dat gaf op de kamer dan toch ook een zekere ‘constante’ factor.
Bezoek
Een van de belangrijkste verstoringen van de ‘rust’ op de kamer was natuurlijk het dagelijkse bezoek.
“Ach… die paar mensen per bed, een paar uurtjes lang? Boeiend?”
Ja. Dat zijn overigens niet altijd maar een paar uurtjes…
Officieel zijn de bezoekuren van 15.00 – 20.00 uur (5 uur!) maar sommige patiënten krijgen al in de ochtend bezoek omdat ze dit hebben afgesproken met de afdeling. Omdat familieleden bijvoorbeeld anders niet kunnen vanwege werk of zo.
En ook na 20.00 uur blijken sommige bezoekers geen afscheid te kunnen nemen…
Het meest extreme wat ik direct naast mij heb meegemaakt:
Een jonge kickbokser van 19 jaar kreeg op de dag van zijn operatie vrijwel voortdurend bezoek van familie en vrienden met als hoogtepunt een groep van een man (m/v) of 6 rond zijn bed hangende gasten die bepaald geen enkele rekening hielden met de omgeving.
En de laatste gast ging pas tegen 21.00 uur weg (omdat die opgehaald moest worden…).
Ok, die zat dan nog voornamelijk op zijn telefoon te staren…
Maar ik had het echt gehad die dag.
Gelukkig mocht hij de volgende dag weer naar huis.
De regel is dat per bed maximaal 2 bezoekers worden toegestaan.
Dit uiteraard om het totaal aan bezoek in een relatief kleine kamer geen overlast te laten veroorzaken. Sommige patiënten hebben pijn en liggen daar het liefst in rust te herstellen.
Bij vrijwel al mijn kamergenoten heb ik echter regelmatig 3, 4 of zelfs 5 mensen op bezoek gezien!
En natuurlijk maakt echt niet iedereen herrie maar je weet hoe het gaat… Als het rumoerig wordt gaan mensen in de omgeving steeds harder praten. En ongegeneerd keihard lachen…
Want dat is toch ‘leuk’ voor hun oma, opa, moeder of tante. Opvrolijken.
Nou ik geniet daar niet van hoor… 🙁
Het ergste vind ik nog dat de verplegers zich tijdens de bezoekuren liefst niet laten zien en als ze er zijn… reageren ze er niet eens op.
Alsof het onze eigen verantwoordelijkheid is om elkaar aan de regels te herinneren…
Meestal deed ik rond 17.00 uur dan maar de tv aan, hoewel ik normaal liever pas vanaf 18.00 begin te kijken. Maar hoewel ik dan een (simpel) koptelefoontje draag: ook op hoog volume hoor je alle omgevingsgeluiden dan nog steeds. Eigenlijk is het dan nog erger omdat ik de tv probeer te luisteren maar die wordt gestoord door gepraat en gelach…
Nummer
Natuurlijk kun je in een groot ziekenhuis geen ‘persoonlijke’ aandacht verwachten.
Daar hebben de meeste verpleegkundigen het met zoveel patiënten gewoon veel te druk voor.
In de computer staat al simpel wat de patiënt mankeert, waarop 4x per dag gecontroleerd moet worden (inclusief de specifieke aandachtspunten) en wat die aan medicijnen gebruikt.
Dat laatste was trouwens ook wel een ‘dingetje’ bij mij…
Van iedere gepland opgenomen patiënt wordt verwacht dat die een actueel overzicht van te gebruiken medicijnen bij zich draagt en de voorraad pillen bij zich heeft.
Dit om te voorkomen dat er uitval kan zijn als de ziekenhuisapotheek ze niet heeft.
Ik had ze daarom ook netjes bij me: 5 medicijnen die ik dagelijks thuis ook slik.
De eerste dagen werd dit gevraagd en hadden ze ook nog niets bij zich. Of ik mijn eigen medicijnen zou kunnen gebruiken. Er werd me zelfs de keuze gesteld.
Omdat ik genoeg voorraad had, gaf ik aan dit zelf wel te doen. Wel zo makkelijk. Voor beiden.
Na een paar medicijnrondjes kreeg ik opeens te horen dat ze mijn medicijnen hadden, op één na.
Mijn ‘afspraak’ dat ik ze zelf zou gebruiken begrepen ze opeens niet…
Maar goed… als ik dat wilde…
Een volgende verpleegkundige gaf aan dat dit niet gebruikelijk is.
“De ziekenhuisapotheek doet het altijd zo.”
Nou vooruit dan maar… Dan houd ik mijn eigen voorraad…
Op één na die ik toch wel zelf moest gebruiken.
De discussie aan bed over eigen of ziekenhuis medicijnen duurde nog enkele dagen…
Vooral omdat je steeds een andere verpleegkundige krijgt, die niets van die discussie heeft meegekregen en begrijpt.
Je bent natuurlijk gewoon een nummer en dat wordt tegenwoordig nog versterkt doordat je bij elk belangrijk contact (bloedafname, nieuw infuus, medicijnen) je geboortedatum moet opnoemen.
Tijdens de vorige operatie scanden ze vrijwel altijd de streepjescode van mijn polsbandje. Nu bleek (op navraag) dat ze weer eens een nieuw systeem hebben waarin dat nog niet werkt.
Daarom de ‘handmatige’ controle op geboortedatum. Ook al heb je elkaar al 80 keer gezien…
Protocol.
Zeer irritant lijkt me, vooral voor de wat moeilijker in hun vel verkerende oudjes…
Ik begon er steeds vaker grapjes mee te maken door het ‘robotachtig’ op te dreunen.
Ach ja… Die zeldzame persoonlijke ‘noot’ maakt toch een beetje verschil.
Op enkele uitzonderingen na waren alle verpleegkundigen volledig stoïcijns.
Ze kwamen voor hun rondjes, vroegen altijd hetzelfde en toonden weinig empathie in de persoonlijkheid. Vermoedelijk is dat natuurlijk ook een manier om na een drukke dag niet helemaal ‘vol’ te zitten. Daarom begrijp ik het wel, hoewel ik dat aspect juist zo belangrijk vind. Zeker bij patiënten die langer moeten blijven en zich daar niet prettig bij voelen.
Slecht één ‘meisje’ die er de eerste dagen overdag steeds was, luisterde een keer goed naar me toen ik zei dat het me dagelijks meer ging tegenstaan, het verblijf daar.
Ze zei me het wel te begrijpen en dat ik zou kunnen vragen om gesprekjes af en toe. Daar zouden mensen voor zijn. Daarna had ze echter geen dienst meer en ik heb er nooit meer iets over gehoord.
Nou ja, gedurende het verloop van de dagen werd ik zelf ook wel steeds ‘berustender’.
Tot ik toch eens wat dieper op de gekozen behandeling van antibiotica-infuus wilde ingaan.
Die ene bacterie
Na een aantal dagen van steeds hetzelfde: koorts fluctuerend tussen 37.5 en 38.5, afgenomen bloed waarin steeds was te zien dat er “lichte verbetering” zichtbaar was en een blijvend dik, rood en warm dijbeen, wilde ik nu toch wel eens weten of ze de beste (gerichte) antibiotica gebruikten tegen de bacterie die in mijn lichaam zat.
Toevallig kwam er toen een keer een ‘hoge’ delegatie van dokters langs, waaronder de collega van Avontuur: Tutein. Door een ‘punctie’ te doen zouden ze inderdaad meer kunnen weten wat er in mijn been zat.
Vervolgens kreeg ik dan ook zo’n ‘punctie’ waarbij een kleine hoeveelheid vloeistof uit het ontstekingsgebied werd opgezogen.
De uitslag daarvan kon echter… weer enkele dagen duren…
Na die dagen kwam de doktersdelegatie (zonder chirurg) weer langs om aan te geven dat de bacterie inderdaad was gevonden en ‘benoemd’. Maar… de huidige antibiotica was gewoon toch het beste want enige bestrijdingsmiddel om dit aan te pakken.
Er werd meteen een ‘preek’ gehouden over het belang me daar te houden.
Het gevaar bestond namelijk dat de infectie zou kunnen overslaan op de wond en aderen die waren geopereerd. Als dit zou gebeuren dan zouden ze de hele operatie over moeten doen.
Die zou dan op basis van de geïnfecteerde gebieden veel lastiger worden.
Daarom was het infuus en dagelijks goede controle een noodzaak om dit onder controle te krijgen.
Dit begreep ik wel. Dat ik daarom welzeker nog het hele weekend zou moeten blijven, had ik voor mezelf al geaccepteerd.
Het was donderdag.
Inmiddels was de koorts al verlaagd en kwam niet meer boven de 38.
Er was trouwens ook verteld dat de koorts dus niet het enige criterium is: de gemeten waarden in het bloed waren leidend. Ook dat begreep ik wel.
De laatste koortsmetingen op donderdag en de eerste op vrijdag waren allemaal in de 36!
Op zich een positieve ontwikkeling, zo bedacht ik.
Groot was echter mijn verbazing toen de doktersdelegatie tijdens hun dagelijkse ochtendronde mij vertelde dat ik met een zak antibioticatabletten naar huis mocht!
BAM!
Dat had ik niet zien aankomen.
Ze hadden gezien dat de verbetering zich toch structureel voortzette en het gebied van rode gloed (warmte) van het been werd nog even opnieuw afgetekend met een stift.
Ik zou thuis mijn temperatuur goed in de gaten moeten blijven houden en als het buiten het afgetekende gebied toch weer rood zou worden zou ik moeten bellen.
Maar ik zou thuis verder kunnen uitzieken.
Nou ja zeg… In eerste instantie bedacht ik even geen bezwaren want ik was veel te blij dat ik eindelijk toch naar huis mocht!
En ik rekende inderdaad ook op een blijvend doorzettende verbetering.
Toch heb ik achteraf wat twijfels over die wel heel snelle afhandeling opeens…
De afhandeling
Na de vorige operatie in 2017 kreeg ik tegen de tijd dat het ontslag er aan ging komen gesprekken over de thuissituatie. Het omgaan met de gevolgen van die grote operatie was duidelijk omschreven en omdat ik de eerste periode (6 weken werd toen aangegeven) vrijwel niets mocht doen, werd gekeken wie mij de eerste tijd zou gaan helpen.
Zo kreeg ik toen zelfs heel even thuisbezoek van een zorgclubje, alleen bleek dat een misverstand. Die waren er uitsluitend op gericht om mij persoonlijk te verzorgen: aankleden, douchen, etc.
Dat had ik helemaal niet nodig!
Huishoudelijke taken en eventueel boodschappen vielen niet onder hun zorg.
Dit werd dus direct weer afgebroken. Gelukkig maar want ik bleek hier ook helemaal niet voor verzekerd…
Ook werd met mijn dochter gesproken of zij de eerste weken behulpzaam kon zijn.
Daar had ze toen een beetje moeite mee maar een paar keer heeft ze toch wat voor me gedaan.
Daarna liet ik een paar keer boodschappen thuis bezorgen en knapte ik gewoon zelf voldoende op om mezelf te kunnen helpen.
Nu? Geen woord over de thuissituatie.
De dokter had een keer gezegd dat ik het natuurlijk wel rustig aan moest doen omdat de wond netjes moest genezen en de inwendige aders niet te zwaar belast mogen worden.
Maar tillen schijnt meer belastend te zijn op de buik (-spieren) dan op de lies en het dijbeen…
Ik moest dus vooral gewoon luisteren naar mijn eigen lichaam.
Mijn kamergenoten bleken nog meer begaan met mijn (veilige) thuiskomst.
Zo vroegen ze zich af of ik misschien wachtte op mijn dochter die me zeker zou komen ophalen?
Nee… Ik had mijn plannetje al gemaakt en wist al dat ik het beste een taxi kon nemen dit keer.
Ik moest nog even wachten op de medicatie en de afspraakbrief van de poli.
De sms van de apotheek kreeg ik al snel en nadat ik me had verkleed en helemaal klaar was voor vertrek, kreeg ik uiteindelijk ook die brief en kon ik weg gaan.
Alleen een netjes handje van de verpleging en goede herstelwensen. Er was er verder geen aanleiding voor een ontslaggesprek…
Eenmaal thuis ben ik toch wat begonnen te twijfelen of de afhandeling wel helemaal correct was.
Status Quo
Laat ik beginnen te zeggen dat ik vanaf thuiskomst, afgelopen vrijdagmiddag, weer ‘koorts’ heb gekregen.
Ik begon dit snel weer bij te houden in een lijstje. Eerst dacht ik namelijk dat dit misschien door de inspanning zou komen maar het veranderde niet. En ik voel af en toe inderdaad een beetje ‘gloeien’.
De temperaturen zijn echter voortdurend 37+, met 2 uitschieters boven de 38.
Voornamelijk verhoging dus. Maar het blijft wel!
Het afgetekende gebied op mijn dijbeen wordt niet roder. Dat is zelfs enigszins verdwenen.
Wel bleef het hele dijbeen dik en stijf waardoor ik lastig kan lopen.
Het voelt als een ‘blok aan m’n been’…
Maar sinds maandag is mijn gehele rechterbeen gaan opzetten.
Echt vanaf boven tot op de voet is het dik en (als ik erover wrijf) gevoelig.
Vermoedelijk doordat de huid nu zo strak staat.
Het hele been voelt nu meer als een ‘blok’… Niet pijnlijk maar zwaar en irritant om mee te lopen.
Als ik langer sta gaat het wel pijn doen en sommige bewegingen blijven trekken aan de wond…
Nu vraag ik me serieus af… Moet ik nu gaan bellen?
Is het hele opgezette been (van ontstekingsvocht) normaal in zo’n situatie en gaat het vanzelf over?
Als ik bel weet ik vrijwel zeker dat ze zullen vragen om langs te komen om het te laten zien.
Dat kost moeite en heb ik weinig zin in…
Liever probeer ik het vol te houden tot vrijdag, waarop mijn afspraak staat met Avontuur.
Ook iets ‘grappigs’ trouwens:
Op de brief die ik vrijdag had meegekregen stond de controleafspraak gepland op 10 januari in… Zwijndrecht! Daar ben ik nog nooit geweest voor de Chirurgie!
Ik zou op dit moment ook niet weten hoe ik daar eenvoudig kan komen.
Autorijden doe ik (nog) liever niet. Ik vraag me af of dit wettelijk wel mag met zo’n been…
En een bus gaat nooit rechtstreeks… Dat kost me dan heel veel moeite van lopen, wachten, overstappen en plannen… Terwijl ik in Dordwijk (locatie ASZ in Dordrecht) met de bus van mijn straat voor de deur van het ziekenhuis uitstap…
Ik heb toen direct de poli gebeld en die begreep niet waarom ze deze afspraak hadden gepland.
De krammen van mijn wonden zitten er ook nog in en 10 januari is wel wat laat om ze er dan pas uit te halen. (Duidelijk helemaal niet over nagedacht…)
Ze maakte daarom direct een nieuwe afspraak voor vrijdag 27 december in Dordwijk.
Zo simpel kan dat… Als je maar even meedenkt…
Dat was het verplegersgilde afgelopen vrijdag duidelijk vergeten.
Voor mij een reden om aan te nemen dat ze het door de drukte een beetje ‘afgeraffeld’ hebben…
Ook hierdoor zit ik niet te wachten op een herhaalde opname…
Als mijn been meer medische aandacht nodig heeft, dan zullen ze dit vermoedelijk wel weer willen doen. Maar dan zou ik vanaf dit moment welzeker de hele Kerst in het ziekenhuis liggen, met een minimale noodzakelijke bezetting die niet veel meer doet dan de (opnieuw) nodige metingen en computerregistraties.
Alleen als het echt uit de hand loopt zal er dan wel een dokter opgeroepen worden.
De kans dat er vanaf vrijdag weer meer actief personeel rondloopt acht ik een stuk groter en daarom probeer ik het maar even uit te zingen tot die afspraak.
Per slot van rekening heb ik niet echt veel meer last…
Geen hoge koorts, geen pijn, geen vreemd verkleurende plekken in het been…
Alleen dik en stijf… Tja…
Tenslotte
Dit verslag heb ik dus weer eens niet in één keer geschreven. Begonnen op zondag 22 december en ik schrijf deze ‘afsluiting’ vandaag op 25 december. 1e Kerstdag. Da’s puur toevallig. 😉
De reden voor dit verspreide schrijven is tweeledig:
Eigenlijk kost het schrijven me nog best wat energie en ik kon er simpelweg niet de hele dag mee bezig zijn.
Maar ook belangrijk is mijn nog altijd voortdurende herstel van de ontsteking in mijn been.
Die is ook vandaag niet voorbij!
Hoewel ik vanmorgen mijn laatste antibioticapil heb geslikt, is mijn been nog onverminderd opgezwollen. Het lijkt soms een beetje pijn te gaan doen in de buikstreek.
Ik twijfel nog altijd of ik niet eerder had moeten bellen naar het ziekenhuis.
Nu hoop ik maar dat ik overmorgen de geplande afspraak wel kan bereiken want het lopen gaat me heel moeilijk af met dat dikke, zware en ook pijnlijke been.
Toch blijf ik me daarop richten en daarom hoop ik snel terug te komen met ‘Operatie 2.1’;
Het vervolg over de voortgang van mijn herstel.
Voor nu lijkt het me echter meer dan voldoende en ik hoop dat het een duidelijk beeld geeft van weer een medische mijlpaal in mijn leven…
Ik hoop niet dat dit ooit routine gaat worden… 🙁


